zondag 9 augustus 2009

Tuinkabouter



Ik heb helemaal niets met tuinkabouters. Sterker nog, ik heb altijd gezegd dat zo’n ding er bij ons niet inkomt. Toch heb al jaren een tuinkabouter in mijn voortuin staan. Hij heeft geen voetjes en ziet er afgrijselijk uit. Wie wil er nu zo’n monster in de tuin? Ik dus! Dit is toevallig een héle dure tuinkabouter. Géén design, maar een met een verhaal.

Onze jongste houdt van uitgaan in het weekend. Als je wat gedronken hebt, kun je wel eens flauwe streken uithalen die door de ‘slachtoffers’ niet gewaardeerd worden. De jeugd heeft echter dolle pret. Deze keer moet een tuinkabouter het ontgelden. Hij wordt ontvoerd. Gewoon omdat ze hem met hun dronken kop in een voortuin zien staan.

De gestolen tuinkabouter is me een doorn in het oog. Hij staat in de garage, wachtend op zijn rechtmatige eigenaar. Niemand lijkt echter een tuinkabouter te missen en de jeugd weet niet eens meer in welke buurt ze hem hebben meegenomen. Dat hij op een avond zomaar verdwenen is valt me niet op. Een paar dagen later staat hij echter weer in de garage, nu zonder voetjes en duchtig gehavend. Verwonderd neem ik hem mee naar binnen. Als ik vraag hoe dat nu komt, vertelt hij met een hoogrode kleur het verhaal.

Zijn vriend woont praktisch tegenover ons in een drie verdiepingen hoog huis met een plat dak. Omdat hij net terug is van zijn vijf maanden durende stage in Hongarije, geeft hij een giga feest. De tuinkabouter is ook uitgenodigd en zorgt de hele avond voor de nodige pret.

Als op een laat tijdstip de nodige biertjes zijn genuttigd, bedenkt iemand dat het wel leuk is om de tuinkabouter op het hoge dak te gooien. Er worden diverse pogingen gedaan, maar het wil niet lukken. Wonder boven wonder is de tuinkabouter nog heel. Zoonlief zal wel eens even voordoen hoe het moet. Meteen de eerste poging lijkt te lukken.

Helaas, de tuinkabouter stuitert net tegen de dakrand en komt in volle vaart weer naar beneden………….. boven op de auto van de vader van de vriend. Nu zijn eindelijk de voetjes eraf, maar erger is de flinke deuk in de motorkap van de auto. Natuurlijk mag onze verzekering voor de schade opdraaien. Die is nog behoorlijk. Zoonlief mag het eigen risico zelf betalen.

Ik heb een nieuwe vriend

Uiteraard vind Carel dat niet leuk. Hij vindt hem eerlijk gezegd een echte griezel. Jammer dan, ik vind hem errug leuk. Omdat hij tijdelijk nergens anders terecht kan, woont hij zelfs in mijn garage. Niet de gezelligste ruimte in huis, maar in ieder geval een dak boven zijn hoofd en droog.

Het is ook onze ontmoetingsplek. Ik mag niet in huis roken, dus daar trek ik me terug voor een pafke. Funske, Sieske en Snoebel zijn zo dol op hem, dat ze hem wel dood kunnen knuffelen. Onze liefde is héél pril en broos. Pas een week en we bouwen onze relatie voorzichtig op.

Ik vind hem echt geweldig. Ik droom al jaren van zo'n man. Hij leek onbereikbaar, vooral omdat Carel er zo fel op tegen was. Deze keer geef ik echter aan mijn gevoelens toe. Hij is errug fotogeniek, maar wel een beetje verlegen.

Hij is een stuk jonger dan ik. Dat maakt hem net zo aantrekkelijk. Ik vergeet helemaal te vertellen hoe hij heet: Wuilus, een echte stoere Venlose vent. Als Carel zijn fiets in en uit de garage haalt, probeert hij hem maar te negeren. Eigenlijk is hij ook een beetje bang voor hem en hoopt dat onze liefde langzaam doodbloedt. Beetje flauw hoor. Hieronder staat zijn foto.











donderdag 6 augustus 2009

Wat een meisje


Ik ben echt een stout kind en mijn moeder heeft haar handen vol aan mij. Poppen zijn aan mij niet besteed; ik haal ze hooguit uit elkaar om te zien hoe ze er aan de binnenkant uitzien. Mijn één jaar oudere zus houdt haar poppen angstvallig bij mij uit de buurt. Zij is een echt poppenmoedertje en kan uren met haar vriendinnen en haar poppen spelen.

Van de Sint krijg ik een echte schildpadpop; een grote investering in het gezin als het onze. Deze pop heeft de naam onverwoestbaar te zijn. Mogelijk inspireert zij mij tot meer meisjesachtig gedrag. Ik ben hevig teleurgesteld, want ik had gehoopt op een trein of blokken om te bouwen. Het hele gedoe met jongens en meisjes speelgoed snap ik echt niet.

Met mijn hevig gehate pop vertrek ik naar buiten. Alle vriendjes en vriendinnetjes pronken met de hun cadeautjes. De jongens waar ik altijd mee speel, halen minachtend hun schouders op. Een pop, wat moet je daar nou mee. Ze hebben geen interesse en ik ben stikjaloers op hun speelgoed; ballen, blokken, auto’s. Precies wat ík zou willen. De pop wordt achteloos aan de kant gegooid voor een partijtje voetbal.

Als we zijn uitgespeeld, plaagt Jan me weer met mijn pop. Jan is mijn allerbeste vriend en we hebben afgesproken dat we later trouwen. Snibbig antwoord ik, dat dit toevallig wel een heel speciale pop is, want ze kan niet stuk. Nu is het interesse van de jongens gewekt. Een pop die niet stuk kan, daar moet je toch wat mee.

We gooien haar eerst om beurten zo hard mogelijk tegen de grond. Inderdaad, geen krasje of deukje. Voetballen met de pop, om beurten zo hard mogelijk op haar springen, het haalt niets uit; die stomme pop lijkt echt onverwoestbaar. De jongens verliezen hun interesse en willen voetballen. ‘Ga jij maar lekker met je pop spelen’, zeggen ze.

Verdrietig sta ik aan de kant. Mistroostig zie ik hoe de buurman zich voorbereidt voor zijn ritueel; vertrekken met zijn auto. Hij is een van de weinigen in onze buurt die een auto heeft. Hij loopt altijd een aantal keren op en neer om nog wat vergeten dingen te halen. Mogelijk om er zo van verzekerd te zijn dat zoveel mogelijk mensen hem zien vertrekken, want zijn auto is zijn trots. Als hij weer naar binnen gaat, krijg ik een idee. Die pop is immers onverwoestbaar. Snel leg ik haar voor de achterwielen van de auto.

Jan heeft het gezien en komt bij me staan. De rest van de jongens volgt al snel. Buurman komt weer buiten en bekijkt ons met enige achterdocht. Hij bekijkt zijn auto van alle kanten, maar als hij ziet, dat we niet weer een rotgeintje hebben uitgehaald, stapt hij in. Vol spanning wachten we af. Mogelijk stapt buurman weer uit en ziet de pop alsnog? Gelukkig start hij en rijdt weg.

Nieuwsgierig gaan we kijken. De pop is gesneuveld. Haar lijfje is helemaal platgereden en gebarsten. Ze is onherstelbaar beschadigd. We juichen luid. ‘Wat zullen ze boos op je zijn’, zegt Jan lachend. Oeps, daar heb ik niet aan gedacht. Stil sluip ik het huis in en leg de pop in bed onder de dekens. Daar wordt ze de volgende dag met bed opmaken door mam ontdekt. Natuurlijk is ze boos, maar ik heb nooit meer een pop gekregen.

zaterdag 20 juni 2009

ff voorstellen

Ik ben Thea, niet meer piep, maar ook niet oud. Althans, zo voel ik me nog lang niet. Ik ben getrouwd, heb 2 volwassen zoons, 2 hele lieve schoondochters en natuurlijk de allerleukste kleinzoon van de wereld.

We hebben 3 katten en vangen vaker kittens op. Vroeger deden we dat zelf, alles wat er in de buurt gevonden werd, kwam wel bij ons terecht. Wij zorgden dan, vaak met moeite, voor een opvang. Nu doen we het als gastgezin voor stichting Katimo (www.katimo.nl) Ik hou van Nordic Walking en als ik vrij ben kan ik rustig een hele dag gaan lopen. Dat wil zeggen, als het niet regent.

Ik lees graag en veel, hou van moderne en soms ook klassieke schilderkunst, kijk nooit TV en zwem graag. Ik werk fulltime als verpleegkundige. Daarnaast zit ik veel op mijn computer op 2 fora en hyves. Dat laatste met vlagen. Ik heb ook nog veel vriendinnen en vrienden. Ik verveel me dus nooit. Daar krijg ik de tijd niet voor.

Als ik er toch even tijd voor heb schrijf ik korte verhalen en blogs. Ik heb intussen her en der verspreid zoveel blogs, dat ik ze hier ga verzamelen. Het zijn geen literaire hoogstandjes, maar evengoed jammer als ze verloren gaan.

Leuk als je reageert.

Groetjes, Thea